10-10-2026 · Groeispurt

Groeispurt – Waarom extra aandacht

Groeispurt berekenen en bijhouden belangrijk

Twee spelers van dertien kunnen naast elkaar op het veld staan en toch jaren verschillen in hun lichamelijke ontwikkeling. De een is nog niet aan de groeispurt begonnen, de ander zit er middenin. Voor trainers, coaches en ouders is dat verschil belangrijk. Het bepaalt wat een kind aankan, waar het risico loopt en hoe je het beste kunt trainen.

Wat is de groeispurt?

Kinderen groeien niet in een gelijkmatig tempo. Na de kinderjaren, waarin de lengte vrij rustig toeneemt, volgt in de puberteit een periode van versnelde groei: de groeispurt. Het moment waarop een kind het snelst groeit, heet de piek van de groeispurt. In het Engels is dat de Peak Height Velocity (PHV). De leeftijd waarop die piek valt, heet de APHV: Age at Peak Height Velocity.

Meisjes bereiken de piek gemiddeld rond hun twaalfde, jongens gemiddeld rond hun veertiende. Dat zijn gemiddelden. Bij het ene kind ligt de piek een of twee jaar eerder, bij het andere een of twee jaar later. Juist die spreiding maakt meten zinvol.

Drie groeiperiodes

Het Athletic Skills Model (ASM) deelt de ontwikkeling rond de groeispurt in drie periodes in:

  • P1 · prepuberale periode. Het kind groeit gelijkmatig. Dit is een goede periode om veelzijdig te bewegen en veel verschillende vaardigheden te leren.
  • P2 · puberale periode. De groeispurt. Botten groeien sneller dan spieren en pezen. Het kind kan tijdelijk wat onhandiger worden en is gevoeliger voor overbelasting.
  • P3 · postpuberale periode. De groei neemt af en stabiliseert. Kracht en belastbaarheid kunnen weer stap voor stap worden opgebouwd.

Kalenderleeftijd zegt niet alles

In de sport worden kinderen meestal ingedeeld op geboortejaar. Binnen zo’n groep kunnen grote verschillen zitten in biologische leeftijd: hoe ver een kind lichamelijk is. Een vroeg rijpe speler is vaak groter, sterker en sneller. Dat kan een voorsprong lijken in talent, terwijl het vooral een voorsprong in groei is. Een laat rijpe speler loopt juist het risico onderschat te worden.

Wie alleen naar prestaties kijkt, ziet dat verschil niet. Wie weet in welke groeifase een kind zit, kan prestaties beter plaatsen en voorkomt dat talent te vroeg wordt afgeschreven.

Waarom de groeispurt extra aandacht vraagt

Tijdens de groeispurt verandert het lichaam snel. Botten worden langer, terwijl spieren en pezen nog moeten bijgroeien. De groeischijven, de plekken waar het bot groeit, zijn in deze periode kwetsbaar. Herhaalde belasting met veel springen, sprinten of zware krachtoefeningen kan dan klachten geven aan bijvoorbeeld de knie, de hiel of de rug.

Daarnaast moet een kind zijn nieuwe lichaamslengte en hefbomen opnieuw leren aansturen. Bewegingen die eerst soepel gingen, kunnen tijdelijk minder goed lukken. Dat is normaal en hoort bij de groei.

Dat betekent niet dat kinderen in de groeispurt minder moeten bewegen. Het betekent dat de soort belasting ertoe doet: veel variatie, aandacht voor techniek en coördinatie, kracht met het eigen lichaamsgewicht, voldoende herstel, en voorzichtig zijn met grote hoeveelheden spring- en landingswerk en zware gewichten.

Hoe bereken je de groeifase?

De piek van de groeispurt is pas met zekerheid vast te stellen als hij voorbij is. Daarom wordt hij vooraf geschat. Een veelgebruikte methode is die van Mirwald. Daarvoor zijn vier metingen nodig:

  • lengte;
  • zithoogte (gemeten van zitvlak tot kruin);
  • gewicht;
  • leeftijd op het moment van meten, en het geslacht.

Uit de verhouding tussen beenlengte en romplengte, samen met gewicht en leeftijd, volgt een schatting van hoe ver een kind van de piek af zit. Daarmee is ook de verwachte leeftijd en datum van de piek te berekenen, en dus de groeifase.

Het blijft een schatting, met een marge van ongeveer een half jaar tot een jaar. Eén meting geeft een eerste beeld. Meerdere metingen achter elkaar maken het beeld betrouwbaarder.

Waarom regelmatig meten?

Groei laat zich het best volgen door vaker te meten. Wij adviseren om ongeveer elke drie tot vier maanden te meten, bij voorkeur op een vast moment van de dag en op dezelfde manier. Zo zie je:

  • wanneer de groei versnelt, zodat je de groeispurt ziet aankomen;
  • of de geschatte piek klopt met de werkelijke groei;
  • wanneer de groei weer afneemt en een kind de volgende fase ingaat;
  • hoe een kind zich verhoudt tot de rest van het team.

Voor een trainer betekent dit dat de training per kind kan worden afgestemd, in plaats van voor de hele groep tegelijk. Voor ouders geeft het inzicht in wat hun kind doormaakt, en een verklaring voor tijdelijke onhandigheid of vermoeidheid.

Tips voor een goede meting

  • Meet op blote voeten of sokken, met de hielen tegen de muur en de blik recht vooruit.
  • Meet de zithoogte op een kruk met een vlakke zitting, rechtop zittend. Trek de hoogte van de kruk af.
  • Weeg met lichte kleding en zonder schoenen.
  • Noteer tot op een millimeter (lengte) en een tiende kilo (gewicht).
  • Meet steeds op ongeveer hetzelfde tijdstip. Kinderen zijn ‘s ochtends iets langer dan ‘s avonds.

Aan de slag

Met de groeiberekening op deze site voer je per kind de metingen in. De berekening toont direct de geschatte piek van de groeispurt, de biologische leeftijd en de groeifase. Per fase zie je wat je in de training wel en beter niet kunt doen. Zo maak je van een paar metingen per jaar een praktisch hulpmiddel voor gezonde en verantwoorde ontwikkeling.

De berekening is een schatting en vervangt geen medisch advies. Heeft een kind aanhoudende pijn aan bijvoorbeeld knie, hiel of rug, raadpleeg dan een (sport)arts of fysiotherapeut.